De belangrijkste gevolgen van het afvallen

Fysieke klachten en blessures

De fysieke klachten die judoka’s ervaren zijn met name slapte, vermoeidheid en gebrek aan energie, maar ook menstruatiestoornissen komen voor. Uit het vragenlijstonderzoek kwam naar voren dat het gebruik van (ongezonde) afvalmethoden lijkt samen te hangen met lichamelijke klachten, al zijn de gevonden relaties zwak. Uit het kwantitatieve onderzoek blijkt dat bij topjudoka’s meer acute blessures voorkomen naarmate het maximale gewichtsverlies hoger is, men vaker is afgevallen en vaker snelle dieetmethoden gebruikt. Verder lijkt er een verband te bestaan tussen het beperken van vochtinname en het totaal aantal blessures.

Opvallend is ook dat geleidelijk afvallen gerelateerd blijkt te zijn aan acute blessures. Een aantal judoka’s geeft in de interviews aan door het extreme afvallen vaak geblesseerd te zijn geweest. Dit was voor hen veelal de aanleiding om een gewichtsklasse hoger te gaan.

Mentale klachten

Naast de samenhang met lichamelijke gezondheidsklachten, zijn ook relaties gevonden tussen afvallen en mentale gezondheid. Het gebruik van ongezonde en snelle afvalmethoden is gerelateerd aan depressieve klachten, terwijl het gebruik van dehydratie en snelle afvalmethoden correleert met angstgerelateerde klachten. Topjudoka’s die ongezonde afvalmethoden gebruiken scoren hoger op algeheel psychisch disfunctioneren. Ook geleidelijk afvallen lijkt echter samen te hangen met meer somberheid, (psycho)somatische klachten, interpersoonlijke sensitiviteit en wantrouwen.

Ongeveer een kwart van de topjudoka’s heeft grote moeite met afvallen en wanneer ze bezig zijn met afvallen zijn ze uit hun doen. In de interviews wordt een duidelijk beeld geschetst hoeveel impact het gewicht maken op het leven van een judoka kan hebben. Judoka’s vinden het zwaar om steeds weer af te moeten vallen. Zij worden chagrijnig, lusteloos of moe en het afvallen heeft een weerslag op hun dagelijks leven en hun trainingen. Ook op psychosociaal vlak is er een grote impact. Judoka’s vermijden sociale gelegenheden waar gegeten en gedronken wordt en vinden dat zij door het afvallen veel met zichzelf bezig te zijn en weinig ruimte of interesse hebben voor anderen.
In de interviews vertellen veel judoka’s ook dat zij door het afvallen een obsessie met eten hebben ontwikkeld.

Na hun carrière normaliseert dit in veel gevallen, maar sommige oud-judoka’s vinden dat zij nog steeds overmatig op eten of hun gewicht gefocust zijn. Verschillende judoka’s hebben een eetstoornis gehad of hebben er tegenaan gezeten, al geven zij aan moeilijk onderscheid te kunnen maken tussen een verstoord eetpatroon in het kader van hun sport en een eetstoornis.

De invloed op prestatie

Bij de senioren is er een negatieve impact op de prestaties aangetroffen: hoe vaker zij moesten afvallen in een seizoen en hoe extremer de methoden waren, des te minder medailles er gewonnen werden. Deze verbanden waren echter zwak en zouden in prospectief vervolgonderzoek met andere prestatiematen onderzocht moeten worden. Slechts een op de vijf judoka’s is het eens met de stelling ‘afvallen heeft een negatief effect heeft op de sportprestatie’.

In interviews gaven de judoka’s echter aan te denken dat zij door het afvallen wel degelijk wedstrijden hebben verloren of onder hun niveau gepresteerd hadden. Op de wedstrijdmat voelden zij zich dikwijls slap en futloos door het vele afvallen.

Sommige judoka’s ervaren geen negatieve gevolgen van afvallen, maar dit lijken overwegend judoka’s te zijn die weinig moeten afvallen of ruim van tevoren beginnen. Ook enkele trainers zijn ervan overtuigd, door wat zij op het internationale wedstrijdpodium zien gebeuren, dat judoka’s juist voordeel hebben bij veel afvallen en betwijfelen of veel afvallen wel leidt tot prestatiedaling. Toch kenden zij ook judoka’s die gestopt zijn met wedstrijden omdat zij het afvallen niet meer aankonden.