Extreem afvallen kan negatieve effecten hebben op de gezondheid. Deze effecten kunnen zowel lichamelijk als mentaal zijn. Daarnaast kan in korte tijd veel afvallen een negatieve invloed hebben op de sportprestaties.

De invloed van gewicht maken op de sportprestaties

Anaerobe prestaties

Veel gewichtsklasse sporten zijn hoog-intensieve intervalsporten. Zowel kracht, explosiviteit, als anearoob vermogen zijn prestatiebepalende factoren (31, 45). Omdat judoka’s tijdens toernooien vaak op een dag meerdere partijen moeten judoen, en gedurende de dag meerdere hoog-intensieve inspanningen moeten leveren, zijn ook het herstelvermogen en aerobe eigenschappen van belang (3145112).

Uit onderzoek blijkt extreem afvallen een afname van het anaerobe vermogen te geven (42, 44, 40). Dit wordt veroorzaakt door een afname van de buffercapaciteit, glycogeen depletie, uitdroging en elektrolytstoornissen (2644, 46, 101, 64).

Andere effecten die gezien worden zijn een verminderde armkracht (40), een verminderde knijpkracht (31). De prestatie bij sprongtesten en tijdens de eerste 5s van de 30s judo-specifieke test (64) nam niet af, wat suggereert dat snel gewichtsverlies geen effect heeft op explosieve kracht.In een onderzoek waar wel vier uur tijd was ingeruimd tussen het gewichtsverlies en verschillende anaerobe tests, werd geen afname van de anaerobe prestatie gezien (11). Dit zou kunnen betekenen dat dit effect niet optreedt als er voldoende tijd is om na de weging het verloren vocht en spierglycogeen aan te vullen. Echter, bij judoka’s die 6% van hun gewicht hadden verloren, was na 24 uur nog geen volledige rehydratie bereikt (42).

Aerobe prestaties

Ook de aerobe prestaties nemen af na snel gewichtsverlies. Deze afname wordt toegeschreven aan gevolgen van uitdroging, zoals een verminderd plasmavolume, een toegenomen hartslag, elektrolytstoornissen en een verstoorde thermoregulatie en glycogeen depletie (44, 46). In het algemeen wordt een vochtverlies van 2% van het lichaamsgewicht aangehouden als grens om nog normaal te kunnen presteren (28, 60, 73), al hebben andere studies aangetoond dat een geringere mate van vochtverlies mogelijk al een negatieve invloed heeft op de prestaties (112, 128) vonden na snel verlies van 5% van het lichaamsgewicht een significante daling van de VO2 piek en de ‘time to exhaustion’ bij een inspanningstest op de loopband. In het lichtgewicht roeien werd een afname van de prestatie op de roei-ergometer gemeten ondanks dat de roeiers twee uur de tijd hadden om vocht en koolhydraten aan te vullen. Deze prestatiedaling was sterker onder warme omstandigheden (102). Wanneer het vocht en koolhydraten optimaal werden aangevuld waren deze verschillen minimaal (103). Ook wanneer het gewicht meerdere dagen achter elkaar gehaald moest worden werd de prestatiedaling na de eerste dag niet meer gezien (103). Tijdens het herstel is inname van vocht belangrijker dan het aanvullen van koolhydraten (104).

Wedstrijdprestaties

In enkele studies is gekeken naar het effect van snel gewichtsverlies op de prestaties tijdens wedstrijden (4, 53, 130).
In een studie kwamen atleten, die tijdens een wedstrijd medailles wonnen, na de wedstrijd meer aan dan minder succesvolle atleten (4). Dit werd toegeschreven aan een groter gewichtsverlies voorafgaand aan de wedstrijd. Andere onderzoeken lieten geen relatie zien tussen de mate van gewichtsverlies en de geleverde prestatie (Barbas et al., 2011; 53, 130) vonden dat worstelaars die tijdens een kwalificatiewedstrijd succesvol waren, vaker een laag vetpercentage hadden (< 5%) dan minder succesvolle worstelaars.