Verschillende onderzoeken laten zien sporters vaak pas in de laatste week voor de wedstrijd beginnen met afvallen. Daarbij kan het gewichtsverlies oplopen tot meer dan 10% van het lichaamsgewicht (9). Na de wedstrijd komen de sporters in korte tijd vaak weer veel aan, en deze gewichtsschommelingen komen soms wel meer dan 10 keer per jaar voor. Dit wordt ook wel ‘weight cycling’ genoemd (9). Of gewicht maken slecht is voor de gezondheid hangt af van de hoeveelheid gewicht die wordt verloren, en hoe snel, hoe vaak en op welke manier dit gebeurt (9). Tussen 63% en 90% van alle Nederlandse judoka’s heeft wel eens afgevallen om in een bepaalde gewichtsklasse uit te komen. Gemiddeld vallen judoka’s 2% tot 8,5% van hun lichaamsgewicht af. Dit gebeurt meestal in de laatste twee weken voor een wedstrijd.

Tussen 63% en 90% van alle Nederlandse judoka’s heeft wel eens afgevallen om in een bepaalde gewichtsklasse uit te komen

Nederlandse judoka’s vallen gemiddeld iets meer dan 6 keer per seizoen af voor wedstrijden, variërend van 0 tot 30 keer. Dit is 2 tot 3 keer vaker dan bij een groot onderzoek in Brazilië is gevonden (9). Mogelijk speelt het steeds drukkere wedstrijdprogramma of een verschil in seizoensopbouw een rol. In het worstelen zijn nog hogere getallen gevonden: ‘High school’ worstelaars vielen gemiddeld 8.8 keer af per seizoen (0-40 keer) terwijl ‘College’ worstelaars gemiddeld zelfs 15 keer afvielen (0-60 keer) (107).

Gemiddeld valt een judoka 2% tot 8,5% van zijn of haar lichaamsgewicht af.

 

Al vanaf jonge leeftijd wordt afgevallen

Nederlandse judoka’s beginnen gemiddeld op 13.5 jarige leeftijd met afvallen. Enkele judoka’s uit ons onderzoek gaven aan al op 6-jarige leeftijd te zijn begonnen met afvallen. Dit is jonger dan in Brazilië werd gevonden (9, 17). Daar begon iets minder dan 5% begint op 9-jarige leeftijd al met afvallen.

Op 13.5 jarige leeftijd valt de gemiddelde judoka voor het eerst af.

De ernst van het gewicht maken is groter naarmate het gewicht maken op jongere leeftijd begint (9). Ook Nederlandse judoka’s die op jonge leeftijd beginnen met afvallen moeten uiteindelijk vaak meer afvallen en gebruiken meer onverantwoorde methoden om hun wedstrijdgewicht te bereiken dan judoka’s die op oudere leeftijd beginnen met afvallen. Bij worstelaars is een verband gevonden tussen de leeftijd waarop begonnen werd met worstelen en het optreden van eetbuien op latere leeftijd. Oudere sporters vallen vaker en meer af dan jongere sporters (107).

Wedstrijdniveau minder van belang

Het is onduidelijk of het wedstrijdniveau van invloed is op de mate van gewichtsverlies. Een onderzoek (17) vond bij vechtsporters uit verschillende disciplines (judo, jiujitsu, karate en taekwondo) geen verband tussen het gewichtsverlies en het wedstrijdniveau, terwijl een studie onder judoka’s liet zien dat judoka’s van internationaal niveau meer en sneller afvielen dan judoka’s van nationaal of regionaal niveau (9). Uit onze resultaten blijkt ook dat het gewichtsverlies groter wordt naarmate de judoka’s ouder zijn en op een hoger niveau judoën. Er zijn ook onderzoeken (17) die geen relatie zien tussen de mate van gewichtsverlies en wedstrijdniveau.

Invloed van de gewichtsklasse

Veel studies laten geen relatie te zijn tussen de gewichtsklasse waarin men uitkomt en de mate van gewichtsverlies (9). Een studie in het worstelen liet zien dat worstelaars die in de middelste gewichtsklassen uitkwamen meer moesten afvallen dan de worstelaars die in de lichtere of zwaardere categorieën uitkwamen. In een andere studie gebruikten de lichte worstelaars extremere methoden om af te vallen dan worstelaars in de middelste of zwaarste categorieën. In ons onderzoek werden ook verschillen gevonden tussen de gewichtsklassen ten aanzien van de mate van gewichtsverlies. De judoka’s uit de laagste gewichtsklassen (-48 kg en -52 kg voor dames, -60 kg en -66 kg voor heren) lijken relatief het meeste af te vallen.

De judoka’s uit de laagste gewichtsklassen voor senioren dames en heren lijken relatief het meeste af te vallen.

Afvalmethoden

Ondanks dat verschillende organisaties richtlijnen hebben opgesteld voor verantwoord afvallen, blijkt het in de praktijk moeilijk om deze richtlijnen te volgen. Methoden die gewichtsklassesporters gebruiken om af te vallen zijn veelal gericht op vochtverlies en variëren van een lange periode weinig eten en drinken, trainen met regenkleding aan, of bezoek aan de sauna om overmatig te zweten, tot gebruik van laxeermiddelen en diuretica (plaspillen) of zelf opgewekt braken (9, 39). Meestal wordt een combinatie van methoden gebruikt. Ook onder Nederlandse judoka’s worden extreme methoden zoals braken (5.6%) en gebruik van laxeermiddelen (8.3%) en diuretica (3%) toegepast, al zijn deze getallen lager dan in een tweetal Franse studies (39, 95) waarbij 8-20% van de judoka’s aangaf te braken, 10-15% diuretica gebruikte en wel 50% laxeermiddelen nam.

In interviews met oud-judoka’s gaf een enkeling aan wel eens te hebben gebraakt, maar bijna alle judoka’s kenden of hadden wel eens verhalen gehoord van andere judoka’s die dat deden. Ook de trainers horen in de wandelgangen regelmatig dat judoka’s extreme methoden gebruiken om af te vallen, maar zeggen weinig zicht te hebben op wat de judoka’s precies doen. Mogelijk ligt het aantal judoka’s dat deze methoden toepast zelfs hoger, aangezien uit onderzoek blijkt dat het gebruik van deze extreme methoden, net als het voorkomen van eetproblemen, vaak niet gemeld wordt (81, 111).