Bij de meeste gewichtsklassensporten worden relatief korte, maar intensieve inspanningen geleverd. Hiervoor is veel energie nodig. Koolhydraten zijn daarbij de belangrijkste energiebron, omdat zij via de anaerobe verbranding snel en efficiënt energie kunnen leveren (121). De voeding dient dan ook voldoende koolhydraten te bevatten (113). Hoeveel koolhydraten een sporter nodig heeft, hangt sterk af van de omvang en intensiteit van de training en kan oplopen van 3 tot 12 gram per kg lichaamsgewicht per dag (72113).

De hoeveelheid koolhydraten is afhankelijk van de omvang en intensiteit van de training

Koolhydraten worden in de lever en spieren opgeslagen als glycogeen (121). Deze voorraad is echter beperkt, waardoor een intensieve inspanning vaak slechts 30-40 minuten volghouden kan worden (123). Training kan ervoor zorgen dat meer glycogeen wordt opgeslagen, en dat je lichaam zuiniger met de glycogeenvoorraad om gaat (57). Als het glycogeen opraakt, schakelt het lichaam over op de verbranding van vetten en eiwitten. Hiermee kan minder snel energie geleverd worden en waardoor de sportprestatie afneemt. Ook gaat dit ten koste van de spiermassa (121).