Eind 2012 is in het judo een regelwijziging ingevoerd waarbij de weging in plaats van op de dag van de wedstrijd, de avond voor de wedstrijd plaatsvindt. De volgende ochtend vindt steekproefsgewijs een tweede weegmoment plaats waarbij de judoka’s maximaal 5% boven de bovengrens van hun gewichtsklasse mogen wegen. Doel was om te kijken of dit in het voordeel van de judoka’s is en of het de judoka’s bijvoorbeeld zou kunnen beschermen tegen blessures die gerelateerd zijn aan extreem gewichtsverlies.

De geïnterviewde judoka’s vonden de regelwijziging vrijwel allemaal een slechte maatregel. Zij waren van mening dat de regelwijziging extreem afvalgedrag in de hand werkt. Omdat veel judoka’s op de dag van de wedstrijd boven hun gewichtsklasse zitten, worden judoka’s die normaal gesproken niet af hoeven vallen of verantwoord afvallen, benadeeld omdat zij op de mat tegen veel zwaardere tegenstanders uitkomen.

regelwijziging werkt extreem afvalgedrag in de hand

Sommige judoka’s vragen zich af wat het nut van gewichtsklassen nog is als je de dag voor de wedstrijd mag wegen. Anderen vinden dat door deze maatregel de focus nog meer op het gewicht maken komt te liggen in plaats van op het judoën, en weer anderen vonden het een nadeel dat je de dag voor de wedstrijd al zo met de wedstrijd bezig moet zijn. De regel dat je de dag na de wedstrijd maximaal 5% boven de bovengrens van de gewichtsklasse mag zitten vindt men wel een goede maatregel, al zou men liever zien dat alle judoka’s gewogen worden dan dat dit steekproefsgewijs plaatsvindt.

Veel judoka’s gaven aan terug te willen naar het oude systeem. Anderen stelden voor het weegmoment juist dichter naar de wedstrijd te schuiven (zoals eerder het worstelen is gebeurd), voor iedere partij te wegen, of gedurende het hele seizoen het gewicht te monitoren en het gemiddelde gewicht dat iemand heeft als zijn wedstrijdgewicht te beschouwen.
Een aantal judoka’s zag ook de voordelen van de regelwijzing en vond het prettig om de tijd te hebben om voor de wedstrijd goed te kunnen eten en drinken en daardoor sterker op de mat te staan

De meeste judoka’s hoeven niet hun hele judo carrière af te vallen. Zij schuiven uiteindelijk door naar een hogere gewichtsklasse al gebeurt dit vaak pas nadat zij dit zo lang mogelijk hebben geprobeerd uit te stellen. Het moment van doorschuiven naar een hogere klasse valt regelmatig samen met blessures, enerzijds omdat de judoka’s als zij geblesseerd zijn vaak aankomen, maar ook omdat zij een link leggen tussen het extreme gewichtsverlies en blessures. Soms schuiven judoka’s zo laat door dat zij direct tegen de bovengrens van de hogere gewichtsklasse aanzitten en alsnog moeten afvallen. In andere gevallen gebeurt het doorschuiven juist planmatig, bijvoorbeeld op basis van het meten van de lichaamssamenstelling. In een enkel geval stopt het gewicht maken omdat een judoka beter leert het gewicht stabiel te houden en minder last heeft van gewichtsschommelingen. Voor een aantal judoka’s is de eeuwige strijd tegen de weegschaal een van de redenen om uiteindelijk hun sportcarrière te beëindigen.