De belangrijkste resultaten

Hoe valt judoënd Nederland af?

1. Ruim driekwart van de judoka’s (mannen én vrouwen) valt af voor wedstrijden. Topjudoka’s (84.1%) vallen vaker af dan recreanten (74.5%).

2. Afvallen gebeurt al vanaf jonge leeftijd (M=13.54; SD = 2.75). Enkele judoka’s uit ons onderzoek gaven aan al op 6-jarige leeftijd te zijn begonnen met afvallen.

3. Afvallen komt veelvuldig per seizoen voor (M=6.2 keer; SD = 5.7), variërend van 0 keer tot 30 keer.

4. Tweederde van de mannelijke topjudoka’s en meer dan de helft van de vrouwelijke topjudoka’s valt meer af dan de richtlijn (maximaal 1 kilo per week) voorschrijft.

5. Het gewichtsverlies kan oplopen tot meer dan 10% van het lichaamsgewicht.
We troffen hoger gemiddeld verlies aan onder topjudoka’s (M=3.1%; SD=2.1) dan onder recreanten (M=2.0%; SD=1.4), alsmede een hoger maximaal gewichtsverlies onder topjudoka’s (M=5.8%; SD=3.4) dan onder recreanten (M=3.7%; SD=2.7).

6. Het gewichtsverlies wordt groter naarmate de judoka’s ouder zijn en in een lagere gewichtsklasse judoën. Ook vrouwelijke topjudoka’s vallen procentueel meer af dan mannen.

7. De tijd die voor het afvallen genomen wordt verschilt sterk per judoka (M=10.13 dagen; SD = 7.85), variërend van 0 tot 60 dagen. Het grootste gedeelte van het gewichtsverlies vindt plaats in de laatste week.

8. Sommige judoka’s zijn geneigd in reactie op het afvallen na de weging of wedstrijd teveel te gaan eten, waardoor zij voor de volgende wedstrijd nóg meer moeten afvallen. Hierdoor kunnen grote gewichtsschommelingen ontstaan.

9. Om af te vallen gebruiken judoka’s uiteenlopende methoden. De meest genoemde methoden waren het beperken van de vochtinname, geleidelijk (in meer dan 2 weken) diëten, beperken van de energie-inname, verhogen van het energieverbruik en dehydratie door het dragen van of trainen in warme, rubberen of plastic kleding.

10. Vrouwen lijken vaker geleidelijke afvalmethoden te gebruiken dan mannen. Oudere judoka’s maken juist meer gebruik van snelle (en ongezondere) dieetmethoden.

11. Ook extreme methoden zoals braken (5.6%) en gebruik van laxeermiddelen (8.3%) en diuretica (3%) worden door Nederlandse judoka’s toegepast. Bovendien gaf rond de 5% van de judoka’s aan dit eerder wel gedaan te hebben maar nu niet meer. In de interviews geeft slechts een enkeling het gebruik van deze methoden toe, maar bijna alle judoka’s kenden of hadden wel eens verhalen gehoord van anderen. Ook de trainers horen in de wandelgangen regelmatig dat judoka’s extreme methoden gebruiken om af te vallen, maar zeggen weinig zicht te hebben op wat er precies gebeurt.